Terpen, dijken en kwelders

 

Een lekker ontbijt met gebakken ei én een mooie zonsopkomst: de dag begint goed!

 

Maar wel koud, -1° C, de rijp staat op de straten. De gladheid lijkt mee te vallen, toch ben ik voorzichtig. Ik fiets eerst een rondje om de kerk. Je kan goed zien dat deze op een terp is gebouwd. Samen met de dikke muren zal het een goed toevluchtsoord geweest zijn in spannende tijden met storm en hoog water. De terp werd al voor onze jaartelling bewoond. Ooit was er een haventje in Hallum, de zee ligt nu een paar kilometer verderop.

 

Dat is waar ik weer heen fiets, de zee. Al snel kom ik bij het nog nieuwe gemaal ‘De Heining’ met  twee vijzels en een vispassage. Een stukje verder op verschijnt de ‘Dijktempel’, een herinnering in de vorm van een tempel haast aan de voltooiing van het op Deltahoogte brengen van de dijk. Op wikipedia vind je alles over de symboliek van dit landschapskunstwerk.

 

Hier vallen me ook de muizenpaadjes en -holletjes op. Het zijn er veel. Ik zal dit vandaag nog veel vaker en over tientallen meters tegen komen. De torenvalken die ik ook zie zullen er wel genoeg te eten aan hebben.

 

Al met al schiet het niet op vandaag. Dat het vriest zint me niet en met de tegenwind gaat het ook niet sneller. Elk dorpje, en dat zijn er niet veel, dat ik tegenop is een welkome afwisseling. Lange stukken zijn door de mist die weer opkomt monotoon. Fiets ik binnendijks, dan zie ik de dijk, de weg en praktisch alleen silhouetten van wat boompjes en boerderijen. Fiets ik buitendijks, dan zijn mijn referentiepunten de tientallen klaphekjes die ik moet passeren. De  kwelders strekken zich ver voorbij de mist-horizon. De tienduizenden ganzen en eenden zijn schuchter, je ziet ze kijken, elkaar waarschuwen en de grootste bangeriken vliegen op, meestal gevolgd door alle anderen.

 

Ik kom bij Wierum. Een oude dorpskern, met centraal het kerkje naast de dijk op een terp. Naast de met baksteen versierde kerkdeur zie ik een steen, die in eerste instantie op een brievenbus leek. Het is een oude aanduiding van tot welke hoogte ooit het water kwam. Het noordelijke deel van het dorp was al in zee verdwenen. Via het charmante Paesens-Moddergat rijd ik verder en kom ik langs Lauwersmeer. Vanwege wegwerkzaamheden rijd ik door het bos, over het militair oefenterrein. Een leuke afwisseling, want verderop zal ik weer kilometers langs kwelder fietsen bijna helemaal tot aan de Eems. Het is veel land buitendijks. Ik probeer me voor te stellen hoe het land hier was zonder de dijken op Deltahoogte en met misschien alleen de slapers. De kwelders zullen ongetwijfeld relatief makkelijke landaanwinst zijn geweest voor boeren. Totdat. Ik zie cirkelvormige bedijking in de kwelder, maar de functie ontgaat me. Het blijkt, zo leer ik later van mijn gastvrouw, dat dit dobbes zijn. Een dobbe houdt het regenwater vast, een manier om aan drinkwater te komen. Hier in de kwelders dienen ze ook als vluchtplaats voor het vee tijdens hoogwater. In 2006 ging het bijna mis, toen 150 paarden tijdens storm en hoogwater ingesloten raakten in een dobbe bij Marrum. Gelukkig konden ze gered worden door een aantal amazones.

 

Het begint te regenen. Van tijd nemen voor foto’s maken komt het nauwelijks meer. De schemering valt in en de temperatuur gaat weer richting 0° C. Ik maak snel een foto bij Delfzijl en het voormalige plaatsje Oterdum, dat onder de dijk ligt. Ik kom in het bijna donker aan bij mijn logeerplek. Lekker warm en droog.

Donkerder is hoger gelegen.

Route

Hallum – Marrum – Wierum – Moddrgat – Lauwersmeer – Noordkaap – Delfzijl – Termunterzijl

115 km

169 m

16,9 km/u, OZO

-1 – 4° C

-4° C

bewolkt, regen

Kijk ook op insta

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *