Zijlen, zand en zeeklei

 

 

Termunterzijl heeft een mooie sluis, een van de mooiste die ik heb gezien onderweg. ‘Zijl’ is Gronings voor spuisluis. Ik zal vandaag nog wel een aantal zijlen tegenkomen. Langs de zeedijk fiets ik door een leeg landschap. Hoeveel kilometer zou hier tussen de ene en de andere buur zitten? In ieder geval veel. Zo veel dat ik een paar keer een groepje herten zie. Ze houden mij nieuwsgierig in de gaten, om vervolgens toch maar voor de zekerheid hard weg te rennen. Ook zie ik diverse roofvogels, in elk geval buizerds, die herken ik wel, maar volgens mij ook kiekendieven en natuurlijk veel torenvalken.

 

Rechts van mij liggen de oude dijken. Ze worden in stand gehouden als back up voor het geval de zeedijk doorbreekt. Dat het ook hier in het verleden goed gespookt heeft is te merken aan de verschillende herdenkingsborden. Eerder al, bij Termunten bijvoorbeeld. De kerk op de wierde was hoog genoeg gelegen. Ooit stonden hier veel bomen. Maar die zijn gekapt, net als op veel andere plekken.

 

Ik kom langs verschillende polders, zoals de Carel Coenraadpolder met daarin de plaats ‘Hongerige Wolf’. Een aansprekende naam, mogelijk een verwijzing naar de uitdrukking waterwolf. Hier langs de dijk is opeens een bosje, wat op zich al opvallend is in een verder boomloze omgeving. Het heet het Ambonezenbosje bosje. Hierachter gaat een bijzonder verhaal schuil van Ambonezen die daar in 1953 een ‘woning’ kregen. Daarvoor is het een kamp om NSB’ers op te bergen na de oorlog. 

Bij Nieuwe Statenzijl kom ik bij de grens met Duitsland. Het einde van de lange zeedijk vanaf Den Helder. Langzaamaan komt er meer variatie in het landschap. De Waddenzee ligt achter me. Vanaf nu zal ik meer kanalen en riviertjes tegen komen. Maar vooral kanalen, gegraven om het gestoken turf en andere handelswaar te kunnen vervoeren.

Twee dijken zag ik aan voor ‘slapende dijken’. De openingen met daarnaast de betonbalken vond ik wel onhandig. In geval van nood zijn die openingen zo natuurlijk nooit op tijd gedicht met die balken. Het blijkt anders te zitten. Ik ben door een waterbuffergebied gereden. Mocht de waterstand in de rivieren te hoog worden, dan worden de coupures met de balken gesloten en kan het gebied juist volstromen, en blijven de plaatsen er omheen veilig.

 

Bij Wildervank is er meer industrie, onder andere om de aardappels te verwerken. Langgerekte dorpen als de Pekela’s en Veendam passeer ik.

 

Tot slot rijd ik naar Fraeylemaborg, bij Slochteren. Inderdaad, het gebied waar diep onder grond gas werd gewonnen. Maar ook het gebied van de hereboeren en de borgen. Fraeylemaborg en ook het dorp Noordbroek liggen op een kwelderrug. Ooit kwam de zee zo nu en dan tot hier. In het landschap is het nu op te merken als een licht glooiing.

 

Na een hele dag regen stap ik in een warm en droog huis. Ik kan me weer opladen voor de volgende dag.

 

 

Donkerder is hoger gelegen.

Route

Termunterzijl – Nieuwe Statenzijl – Bad Nieuweschans – Veelerveen – Pekela’s – Wildervank – Veendam – Slochteren – Noordbroek

101 km

120 m

11,5 km/u, ONO

2 – 6° C

0° C

regen

Kijk ook op insta

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *