Hondsrug, essen, brinken en bedden

 

Het slapen gaat gelukkig altijd wel goed. Ook nu weer. Gisteren heb ik de fiets onderhouden, want na een dag met veel regen begon de ketting wel erg te knarsen. Vlak voor vertrek word ik door de gastheer geattendeerd op zijn waarneming van een wolf in de buurt. Met veel zin vertrek ik. Geen wolf. Wel Foxhol. Tot mijn verbazing zie ik dat er daar, bijna tegen Drenthe aan, grote schepen bouwen. En nog energiezuinige ook.

 

Ik rij langs de noordkant van het Zuidlaardermeer en ga via Haren onder Groningen langs. Zo pak ik een stuk van de Hondsrug mee, het gebied dat in de ijstijd niet door gletsjers is ingesleten. De stad Groningen ligt precies op het het uiterste puntje ervan. Veilig voor de zee toen er nog geen dijken waren zijn hier ooit de eerste mensen gaan wonen. Het is te zien dat de mensen in deze regio minder te vrezen hebben gehad van het (zee)water. Mooie huizen met ornamenten. Niet alleen statige herenboerderijen of arbeiderswoningen. Het zal hier ook in vroegere tijden al een stuk drukker zijn geweest dan de landen er omheen, net als nu.

 

Via Eelderwolde ben ik in Drenthe gekomen. Ik kom in de Onlanden, het gebied dat weer tot natuur ontwikkeld werd en ook als waterberging fungeert. Ik zie een fotograaf speuren tussen de planten. Hij is op zoek naar hermelijnen. We praten zacht in de hoop dat ze zich niet laten afschrikken. De fotograaf blijkt Hilco JansmaHilco Jansma te zijn, die meerdere natuurfilms heeft gemaakt, zoals ‘de Lepelaar’. Dat was een project van vier jaar. Daarbij verbleken mijn twee weken. Toewijding heet dat. Mooi om te zien.

 

Met een zachte wind in de rug rijd ik verder, van het ene natuurgebied naar het andere. Het landschap is fraai en gevarieerd. Bij Westervelde zie ik de eerste overblijfselen van de oude bewoners van het gebied. Een kleine hunebed ligt pal naast een moderne woning. Een reus werd hier destijds hune genoemd, bed is een hoop, ergo een steenhopen gebouwd door reuzen. Inmiddels zijn ze al zo’n 5500 jaar oud. Iets verderop rijd ik over de brink, de open ruimte of dorpsplein van gras en bomen.

 

Vervolgens kom ik door het Fochteloërveen. Dit is een van de weinige gebieden met levend hoogveen. Waarschijnlijk is het toevallig bewaard gebleven, want de gebieden er omheen zijn doorgaans afgegraven voor de turfwinning. Het is ook een wetland, net als dat de wadden wetlands zijn. In deze mooie en kwetsbare omgeving zie ik opeens een soort machine of fabriekje opdoemen. Het blijkt een lange, elektrisch aangedreven transportband te zijn om zand en en klei van ver aan te voeren voor het herstellen van kades. Op deze manier hoeven er geen zware vrachtwagens door het gebied te rijden.

 

Hierna fiets ik door het Drents-Friese Wold. Het is een afwisselend landschap op hoge zandgrond (es) met onder andere stuifzand, naaldbomen en heidevelden. Vooral het Aekingerzand ziet er fraai uit, zelfs in de regen. Jammer wel die regen, want foto’s maken zit er even niet in. En ook mijn kerting begint inmiddels weer goed te knarsen.

 

Via het Holtingerveld met ook hier weer prachtige natuur kom ik langs twee grotere hunebedden. Fascinerend! Het einde van de dag nadert. Ik ga mijn bed voor deze nacht opzoeken. Eerst nog wel even die ketting weer zandvrij maken.

 

Donkerder is hoger gelegen.

Route

Noordbroek – Foxhol – Haren – Eelderwolde – Peize – Norg – Appelscha – Wapse – Darp

98 km

125 m

3,6 km/u, NO

4 – 7° C

5° C

regen

Kijk ook op insta

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *