Randmeren en Utrechtse Heuvelrug

 

Vandaag start ik de laatste dag van de ronde. Hoewel, ik wil nog een rondje richting de Hollandsche IJsselkering, dus er komt nog een dag aan. Maar voor wat betreft de tour om het gebied van 0 NAP en lager is dit de laatste dag. Met een voedzame teff (graansoort) en yoghurt als ontbijt kan ik een tijd vooruit.

 

Het begin van de dag is koud. Gelukkig was het vannacht droog, zodat de wegen niet glad zijn. De wind staat weer lekker in de rug, dat beloofd een goed tempo met fietsen. In Harderwijk fotografeer ik het oude centrum en de haven. Met de grote Flevopolders voor de deur is wat voorstellingsvermogen nodig om te bedenken dat plaatsen als Harderwijk ooit aan zee lagen. Maar met de kleine strandjes verderop komt de verbeelding wel op gang.

 

Fietsend langs de randmeren rijd ik soms ook dicht langs de A28, soms wijken snelweg en fietspad ver uiteen. Vanuit de auto is de indruk van het landschap heel anders dan op de fiets. Vanaf de oude dijken heb ik goed zicht op het natte land. Diverse oude gemalen zorgden voor droog achterland. Moderne gemalen hebben het werk inmiddels overgenomen. In het wegdek van de Zeedijk zijn markeringen aangebracht. ‘13-01-1916’ staat er. Een zware storm met hoog water zorgde ervoor dat de Zuiderzee de slechte dijken overspoelde. Deze ramp was de aanleiding om de Afsluitdijk aan te leggen. De eerste plannen hiervoor dateren al uit de 17e eeuw. Door de Afsluitdijk hebben springtij en storm niet meer grote invloed. Het betekende wel dat de vissersdorpen niet meer dichtbij zeevis konden vangen.

 

Ik rijd naar Amersfoort. Het oude centrum heeft een haven aan de Eem, terwijl andere delen van de stad naast de haven al flink hoger liggen. Al fietsend merk ik dat. Van zo goed als 0 NAP fiets ik door straten die 20 meter hoger liggen. De Amerongse berg is zelfs 69 meter boven NAP. Het is duidelijk dat ik begonnen met het oversteken van de uitlopers van de Utrechtse Heuvelrug. Eenmaal buiten de bebouwde kom fiets ik direct door bossen en langs zandduinen. Dan merk ik dat het dalen is ingezet. Samen met de wind heb ik lekker de vaart erin.

 

Door het lager gelegen gebied rijd ik met In een rechte lijn en dan weer met allerlei bochten door weilanden. Zo kom ik bij Fort Blauwkapel, ooit onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, nu is er onder andere een scoutinggroep gehuisvest. Vanuit het noorden kom ik bij de stad Utrecht en rijd ik langs de oude grachten om het centrum heen. Het is goed te zien dat het oude centrum op een hoger deel in het landschap is gebouwd. Een meter of 5 boven NAP bij de Domtoren.

 

Het Merwedekanaal brengt mij naar Nieuwegein. Er worden roeitrainingen gegeven. Woonboten liggen langs de kades. Iets verderop steek ik de Kromme IJssel over, een van de bovenlopen van de Hollandsche IJssel. In IJsselstein heb ik mijn tour gerond en krijg ik een feestelijk ontvangst van praalwagens en kleurrijk uitgedoste mensen. Het laatste deel naar Gouda fiets ik weer in stilte. Langs de Vlist fotografeer ik het waterbergingsgebied en Boezemmolen nr. 6, een van de vele molens die polders Krimpenerwaard en Lopikerwaard hebben drooggemalen.

 

In twee weken heb ik bijna 1400 km gefietst met ruim 3200 hoogtemeters. De meeste hoogtemeters heb ik in de duinen gemaakt. Ik heb veel gezien en praktisch elk type weer meegemaakt. Af en toe sprak ik onderweg mensen. Als ik bij de mensen waar ik overnachtte thuis mee kon eten had telkens goede gesprekken naar aanleiding van mijn project. Nu is het eerst tijd om alles te laten bezinken en samen te vatten in beelden en woorden.

Donkerder is hoger gelegen.

Route

Harderwijk – Bunschoten-Spakenburg – Amersfoort – Soest – Utrecht – IJsselstein

114 km

171 m

15,8 km/u, NNO

-1 – 2° C

-6° C

bewolkt, zonnig

Kijk ook op insta

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *